Artikelindex

Artikel 11. Zomer- en winterseizoen

1. (Buiten)gewone leden, die geen recht hebben gebruik te maken van jaarstallingsplaats, kunnen op basis van beschikbaarheid, vanaf 1 oktober, een winterstallingsplaats krijgen toegewezen en dienen uiterlijk 1 maart hun pleziervaartuig elders onder te brengen.

2. Het aanvragen van een winterstallingsplaats dient schriftelijk te geschieden aan het bestuur. Het bestuur houdt zo nodig een wachtlijst bij. Donateurs komen in aanmerking voor een winterstallingsplaats indien er nog ruimte beschikbaar is.

3. Leden, die voor hun pleziervaartuig tijdens het winterseizoen een andere ligplaats krijgen toegewezen, dienen deze zo spoedig mogelijk na 1 oktober in te nemen en uiterlijk 1 maart met hun pleziervaartuig weer de toegewezen jaarstallingsplaats in te nemen.

4. Het gebruik van een geluidsalarm op een pleziervaartuig is toegestaan, mits deze is goedgekeurd en is voorzien van een tijdslimietschakeling.