Artikelindex

Artikel_7._Wijze van behandeling tuchtprocedure

  1. Zodra het bestuur een melding van een (vermeende) strafbare handeling ontvankelijk heeft verklaard, waarbij geen bemiddeling mogelijk is geweest, start het bestuur de tuchtprocedure:
    1. Het bestuur benoemt een tuchtcommissie.
    2. Het bestuur doet aangifte bij de benoemde tuchtcommissie.
    3. De beklaagde wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk geïnformeerd door de tuchtcommissie. Bij minderjarige buitengewone leden gaat het afschrift van de melding naar de ouders/verzorgers.
    4. Indien de melding betrekking heeft op een groepering, dan dient de groepering één persoon aan te wijzen als zijnde hun spreekbuis.
    5. De beklaagde wordt tevens direct geïnformeerd op welke wijze een schriftelijk verweer kan worden ingediend bij de tuchtcommissie.
  1. De tuchtprocedure kan mondeling of schriftelijk worden afgehandeld.
  1. Indien de tuchtcommissie besluit om de tuchtprocedure schriftelijk af te doen:
    1. Kan de beklaagde de tuchtcommissie verzoeken om alsnog een mondelinge behandeling te laten plaatsvinden.
    2. Dient de beklaagde dit verzoek binnen zeven dagen na kennisgeving van het besluit kenbaar te maken bij de tuchtcommissie.
    3. Indien de tuchtcommissie van oordeel is dat er door de mondelinge behandeling geen onaanvaardbare vertraging in de behandeling van de tuchtprocedure zal ontstaan, kan het verzoek van de betrokkene worden toegewezen.