Artikelindex

Artikel_8._De mondelinge behandeling

  1. Een mondelinge behandeling (hoorzitting) vindt niet plaats indien de beklaagde schriftelijk heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. De mondelinge behandeling wordt in dit reglement verder aangehaald als hoorzitting.
  1. Wanneer de tuchtcommissie bepaalt dat tijdens een tuchtprocedure een hoorzitting zal plaatsvinden:
    1. Bepaalt de tuchtcommissie het tijdstip van de hoorzitting.
    2. Worden de aanklager en de partijen hiervan zo spoedig mogelijk (ten minste tien dagen vóór de dag van de zitting) schriftelijk geïnformeerd door de tuchtcommissie.
    3. Kunnen de partijen zich door een raadsman doen bijstaan.
    4. Is het aan een minderjarige partij toegestaan om zich bij de hoorzitting te laten vergezellen door:
      1. Zijn wettelijke vertegenwoordiger.
      2. Een andere meerderjarige vertegenwoordiger indien de wettelijke vertegenwoordiger niet in de gelegenheid is de hoorzitting bij te wonen.
    5. De tuchtcommissie heeft ook de bevoegdheid om andere personen op te roepen, waarvan verschijning gewenst dan wel noodzakelijk wordt geacht.
  1. De hoorzitting van de tuchtcommissie is niet openbaar, de tuchtcommissie bepaalt wie toegang tot de hoorzitting heeft:
    1. De tuchtcommissie is bevoegd om voorafgaande of tijdens de hoorzitting (buitengewone) leden en niet-leden (in hun hoedanigheid van getuige) te horen en/of te raadplegen.
    2. De tuchtcommissie kan bepalen dat degene die aangifte heeft gedaan afzonderlijk wordt gehoord van degene tegen wie de aangifte is gericht. De voorzitter van de tuchtcommissie doet van een verhoor, dat afzonderlijk heeft plaatsgevonden, verslag aan de andere partij.
    3. De leden van de tuchtcommissie stellen de aanklager, de partijen en andere te horen personen zo nodig vragen. De aanklager en beklaagde kunnen ieder de voorzitter verzoeken aanvullende vragen te mogen stellen. Aan dit verzoek wordt voldaan, tenzij de vragen naar het oordeel van de voorzitter niet ter zake dienend zijn. De voorzitter kan hierbij bepalen dat vragen alleen via hem mogen worden gesteld.
    4. De beklaagde is gehouden naar waarheid te verklaren. De tuchtcommissie kan te allen tijde van de beklaagde verlangen dat hij op gestelde vragen zelf antwoordt en voor die beantwoording niet naar een ander, waaronder zijn raadsman, verwijst.
    5. De voorzitter kan aanwezigen het recht tot het (verder) bijwonen van de mondelinge behandeling ontzeggen, indien hun gedrag daartoe aanleiding geeft
  1. De tuchtcommissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over de beslissing omtrent de melding van een (vermeende) strafbare handeling.