Artikelindex


Artikel_1._Algemene bepalingen

  1. Het bestuur is bevoegd om, ingeval van overtredingen zoals bepaald in artikel 12 lid 1 van het huishoudelijk reglement, een tuchtcommissie te benoemen, een tuchtprocedure te starten en sancties op te leggen.
  1. Waar in dit tuchtreglement wordt gesproken van een (buitengewoon) lid of (buitengewone) leden, wordt of worden daaronder verstaan een persoon of personen zoals bepaald in artikel 5 van de statuten.
  1. Bij het begaan van strafbare feiten zal het bestuur het slachtoffer adviseren om aangifte te doen bij de politie. Daarnaast kan het bestuur zelf overgaan tot het doen van aangifte bij de politie.

Artikel_2._Begripsbepalingen.

In dit reglement wordt verstaan onder:

  1. Onacceptabel gedrag:
    1. Het herhaaldelijk in strijd handelen (gedragingen) met het bepaalde in de statuten en/of de reglementen van de vereniging.
    2. Niet beschreven vormen van onacceptabel gedrag naar het oordeel van het bestuur.
  1. Wangedrag:
    Overtreding van de wet of de algemene normen van moraal en fatsoen:
    1. Belediging:
      1. Beledigen in woord en/of gebaar, vernederen en/of het uiten van verwensingen.
      2. Ernstige belediging (zoals spugen naar anderen, discrimineren).
    2. Intimidatie:
      1. Intimidatie (bedreiging en/of pesten).
      2. Ernstige intimidatie (dreigen met concreet fysiek gewelddadig handelen).
    3. Fysiek geweld:
      1. Handtastelijkheden
      2. Het gooien en/of schoppen tegen voorwerpen.
      3. Het gooien en/of trappen van voorwerpen naar anderen.
      4. Slaan en/of schoppen van anderen.
    4. Van eenvoudige mishandeling tot zware mishandeling, afhankelijk van het letsel van het slachtoffer
    5. Seksuele intimidatie of geweld.
    6. Vernieling van de accommodatie of andermans goederen.
    7. Fraude 
    8. Diefstal
    9. Het verstrekken van en/of het handelen in verdovende middelen.
    10. Het anderszins schaden van de belangen van de vereniging en/of haar leden.
    11. Niet beschreven vormen van wangedrag naar het oordeel van het bestuur.
  1. Wanbetaling:
    1. Het niet voldoen van de aan de vereniging verschuldigde betalingen, zoals bepaald in artikel 4 lid 1 van het huishoudelijk reglement.
    2. Niet beschreven vormen van wanbetaling naar het oordeel van het bestuur.
  1. (Vermeende) strafbare handeling:
    Een (vermeende) strafbare handeling van een (buitengewoon) lid dat in strijd is met de statuten en/of reglementen van de vereniging.
  1. Melding:
    Het op de hoogte stellen van het bestuur van een (vermeende) strafbare handeling van een (buitengewoon) lid.
  1. Aangifte:
    Het verzoek van het bestuur aan de tuchtcommissie om tuchtrechtelijke vervolging.
  1. Aanklager:
    Het bestuurslid dat namens het bestuur aangifte doet bij de tuchtcommissie.
  1. Beklaagde:
    Het (buitengewone) lid of (buitengewone) leden tegen wie een melding van een (vermeende) strafbare handeling wordt gemaakt.
  1. Partijen:
    Het (buitengewone) lid dat de melding heeft gemaakt en/of de beklaagde.
  1. Vooronderzoek:
    Onderzoeken van de melding op juistheid, waarheidsgehalte, gegrondheid en verwijtbaarheid.

Artikel_3._Melding maken van een (vermeende) strafbare handeling

  1. Een (vermeende) strafbare handeling begaan door een (buitengewoon) lid dient schriftelijk te worden gemeld bij het bestuur met gebruikmaking van het door het secretariaat beschikbaar gestelde online meldingsformulier:
    1. Bij onacceptabel gedrag van een (buitengewoon) lid, zoals bepaald in artikel 2 lid 1 van dit reglement.
    2. Bij wangedrag van een (buitengewoon) lid, zoals bepaald in artikel 2 lid 2 van dit reglement.
    3. Bij wanbetaling van een (buitengewoon) lid, zoals bepaald in artikel 2 lid 3 van dit reglement.
  1. De schriftelijk melding omvat tenminste:
    1. De naam van het (buitengewone) lid dat een (vermeende) strafbare handeling heeft begaan.
    2. Een duidelijk leesbaar en geformuleerde omschrijving van de (vermeende) strafbare handeling met opgave van datum en plaats.
    3. De naam of namen van eventuele getuigen (maximaal 5 personen).
    4. Andere van belang zijnde gegevens en inlichtingen.
  1. Een melding van een (vermeende) strafbare handeling kan alleen betrekking hebben op een handeling die maximaal twee (2) maanden voor de dag van melding is begaan.
  1. Indien een (vermeende) strafbare handeling ouder is dan 2 maanden ten opzichte van de dag van de melding, dan wordt de melding hiervan door het bestuur als niet-ontvankelijk beschouwd, tenzij er een justitieel onderzoek plaatsvindt in relatie tot de (vermeende) strafbare handeling.
  1. Het doen van een valse melding levert een overtreding op die tuchtrechtelijk zal worden bestraft. De aanklager doet van een valse melding aangifte bij de tuchtcommissie. Wanneer degene tegen wie aangifte is gedaan door de valse melding in zijn eer, goede naam en/of reputatie is geschaad, levert dit bij de behandeling van die valse melding een strafverzwarende omstandigheid op.
  1. Het bestuur beoordeelt of en op welke wijze, met inachtneming van het tuchtreglement, de melding in behandeling wordt genomen en hanteert het opportuniteitsbeginsel, waarbij het bestuur bevoegd is te beslissen of een (vermeende) strafbare handeling wordt vervolgd door het starten van een tuchtprocedure dan wel bemiddeling tussen de partijen.

Artikel_4._Toepasselijkheid tuchtreglement.

  1. De bepalingen in het tuchtreglement zijn van toepassing op (buitengewone) leden.
  1. Ieder (buitengewoon) lid is gehouden zijn medewerking te verlenen aan de uitvoering van dit tuchtreglement, waaronder begrepen:
    1. Het bekend maken van de identiteit van een persoon die een (vermeende) strafbare handeling heeft begaan aan het bestuur.
    2. Het verschijnen bij oproepingen van het bestuur dan wel het afleggen van een naar waarheid ingevulde schriftelijke verklaring tijdens het vooronderzoek.
    3. Het verschijnen bij oproepingen van de tuchtcommissie dan wel het afleggen van een naar waarheid ingevulde schriftelijke verklaring.
    4. Het (schriftelijk) geven van antwoord op vragen van de tuchtcommissie.
    5. Het niet naar waarheid verklaren levert een overtreding op die met inachtneming van dit reglement kan worden bestraft.
    6. Het nalaten van iedere handeling die de uitvoering van dit tuchtreglement verhindert.

Artikel_5._Sepot

  1. Het bestuur is in de rol van aanklager te allen tijde bevoegd een melding van een (vermeende) strafbare handeling te seponeren indien het bestuur van oordeel is dat de melding, nadat er een schriftelijk of mondeling vooronderzoek heeft plaatsgevonden, als niet-ontvankelijk wordt beschouwd.
  1. Indien het bestuur een melding van een (vermeende) strafbare handeling als niet-ontvankelijk beschouwd, dan stelt het bestuur de melder daarvan schriftelijk en met redenen omkleed op de hoogte.

Artikel_6._Tuchtcommissie

  1. De tuchtcommissie heeft tot taak de behandeling van de tuchtprocedure, zoals bepaald in artikel 7 van dit reglement.
  1. De tuchtcommissie wordt per aangifte benoemd door het bestuur en bestaat uit tenminste drie (buitengewone) leden:
    1. Een voorzitter.
    2. Een secretaris.
    3. Een algemeen lid.
  1. Een (buitengewoon) lid mag niet worden benoemd tot lid van de tuchtcommissie, indien hij persoonlijk of uit hoofde van een functie bij die zaak betrokken is (geweest).
  1. Het lidmaatschap van de tuchtcommissie is niet verenigbaar met het lidmaatschap van het bestuur.

De tuchtcommissie wordt ten aanzien van de correspondentie ondersteund door het secretariaat van de vereniging.


Artikel_7._Wijze van behandeling tuchtprocedure

  1. Zodra het bestuur een melding van een (vermeende) strafbare handeling ontvankelijk heeft verklaard, waarbij geen bemiddeling mogelijk is geweest, start het bestuur de tuchtprocedure:
    1. Het bestuur benoemt een tuchtcommissie.
    2. Het bestuur doet aangifte bij de benoemde tuchtcommissie.
    3. De beklaagde wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk geïnformeerd door de tuchtcommissie. Bij minderjarige buitengewone leden gaat het afschrift van de melding naar de ouders/verzorgers.
    4. Indien de melding betrekking heeft op een groepering, dan dient de groepering één persoon aan te wijzen als zijnde hun spreekbuis.
    5. De beklaagde wordt tevens direct geïnformeerd op welke wijze een schriftelijk verweer kan worden ingediend bij de tuchtcommissie.
  1. De tuchtprocedure kan mondeling of schriftelijk worden afgehandeld.
  1. Indien de tuchtcommissie besluit om de tuchtprocedure schriftelijk af te doen:
    1. Kan de beklaagde de tuchtcommissie verzoeken om alsnog een mondelinge behandeling te laten plaatsvinden.
    2. Dient de beklaagde dit verzoek binnen zeven dagen na kennisgeving van het besluit kenbaar te maken bij de tuchtcommissie.
    3. Indien de tuchtcommissie van oordeel is dat er door de mondelinge behandeling geen onaanvaardbare vertraging in de behandeling van de tuchtprocedure zal ontstaan, kan het verzoek van de betrokkene worden toegewezen.

Artikel_8._De mondelinge behandeling

  1. Een mondelinge behandeling (hoorzitting) vindt niet plaats indien de beklaagde schriftelijk heeft verklaard geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord. De mondelinge behandeling wordt in dit reglement verder aangehaald als hoorzitting.
  1. Wanneer de tuchtcommissie bepaalt dat tijdens een tuchtprocedure een hoorzitting zal plaatsvinden:
    1. Bepaalt de tuchtcommissie het tijdstip van de hoorzitting.
    2. Worden de aanklager en de partijen hiervan zo spoedig mogelijk (ten minste tien dagen vóór de dag van de zitting) schriftelijk geïnformeerd door de tuchtcommissie.
    3. Kunnen de partijen zich door een raadsman doen bijstaan.
    4. Is het aan een minderjarige partij toegestaan om zich bij de hoorzitting te laten vergezellen door:
      1. Zijn wettelijke vertegenwoordiger.
      2. Een andere meerderjarige vertegenwoordiger indien de wettelijke vertegenwoordiger niet in de gelegenheid is de hoorzitting bij te wonen.
    5. De tuchtcommissie heeft ook de bevoegdheid om andere personen op te roepen, waarvan verschijning gewenst dan wel noodzakelijk wordt geacht.
  1. De hoorzitting van de tuchtcommissie is niet openbaar, de tuchtcommissie bepaalt wie toegang tot de hoorzitting heeft:
    1. De tuchtcommissie is bevoegd om voorafgaande of tijdens de hoorzitting (buitengewone) leden en niet-leden (in hun hoedanigheid van getuige) te horen en/of te raadplegen.
    2. De tuchtcommissie kan bepalen dat degene die aangifte heeft gedaan afzonderlijk wordt gehoord van degene tegen wie de aangifte is gericht. De voorzitter van de tuchtcommissie doet van een verhoor, dat afzonderlijk heeft plaatsgevonden, verslag aan de andere partij.
    3. De leden van de tuchtcommissie stellen de aanklager, de partijen en andere te horen personen zo nodig vragen. De aanklager en beklaagde kunnen ieder de voorzitter verzoeken aanvullende vragen te mogen stellen. Aan dit verzoek wordt voldaan, tenzij de vragen naar het oordeel van de voorzitter niet ter zake dienend zijn. De voorzitter kan hierbij bepalen dat vragen alleen via hem mogen worden gesteld.
    4. De beklaagde is gehouden naar waarheid te verklaren. De tuchtcommissie kan te allen tijde van de beklaagde verlangen dat hij op gestelde vragen zelf antwoordt en voor die beantwoording niet naar een ander, waaronder zijn raadsman, verwijst.
    5. De voorzitter kan aanwezigen het recht tot het (verder) bijwonen van de mondelinge behandeling ontzeggen, indien hun gedrag daartoe aanleiding geeft
  1. De tuchtcommissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over de beslissing omtrent de melding van een (vermeende) strafbare handeling.

Artikel_9._Verslag hoorzitting

  1. Een hoorzitting wordt vastgelegd in een verslag en bevat tenminste:
    1. De naam en de functie (hoedanigheid) van de aanwezigen.
    2. Een feitelijke en zakelijke weergave van wat over en weer is gezegd.
  1. Het verslag van de hoorzitting wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de tuchtcommissie.

Artikel_10._Opleggen van sancties

  1. Waar in dit reglement wordt gesproken van sancties, wordt daaronder verstaan de sancties zoals bepaald in artikel 12 lid 2 van het huishoudelijk reglement.
  1. Het bestuur is bevoegd om de volgende sancties op te leggen:
    1. Een berisping na een gesprek tussen betrokkene en het bestuur.
    2. Een officiële waarschuwing na een vervolggesprek tussen betrokkene en het bestuur.
    3. Een geldboete voor die overtredingen en tot ten hoogste de bedragen die vooraf door de algemene ledenvergadering in de tarievenlijst zijn vastgesteld.
    4. Een tijdelijk gebiedsverbod.
    5. Een (voorwaardelijke) schorsing bij wanbetaling.
    6. Een (voorwaardelijke) schorsing bij onacceptabel gedrag of wangedrag van een (buitengewoon) lid tegen andere (buitengewone) leden, het bestuur of gasten van de vereniging.
    7. Opzegging van de ligplaats tegen het einde van het verenigingsjaar, zoals bepaald in artikel 8 van het reglement voor de haven en het haventerrein.
    8. Opzegging van het lidmaatschap tegen het einde van het verenigingsjaar, zoals bepaald in artikel 8 lid 1 onder c van de statuten.
    9. Ontzetting uit het lidmaatschap bij wanbetaling en/of vanwege wangedrag, zoals bepaald in artikel 8 lid 1 onder d van de statuten.
  1. Het bestuur is bevoegd, zodra een melding van een (vermeende) strafbare handeling binnengekomen is en deze melding in afwachting is van de behandeling daarvan, met onmiddellijke ingang een schorsing op te leggen indien daartoe naar het oordeel van het bestuur gezien de ernst van deze melding aanleiding bestaat.
  1. Gedurende de periode die een (buitengewoon) lid is geschorst, kunnen de aan het lidmaatschap verbonden rechten niet worden uitgeoefend, met uitzondering van het recht om in beroep te gaan bij een schorsing, zoals bepaald in artikel 7 lid 3 en artikel 8 lid 4 van de statuten.
  1. Een schorsing kan maximaal voor de duur van één jaar worden opgelegd.

Artikel_11._Kennisgeving uitspraak

  1. De tuchtcommissie brengt, na (mondelinge) behandeling van de zaak en beraadslaging, het bestuur zo spoedig mogelijk (uiterlijk 7 dagen) schriftelijk en met redenen omkleed op de hoogte van de uitspraak van de tuchtcommissie inclusief het advies ten aanzien van de op te leggen sanctie.
  1. Het bestuur behandelt de uitspraak als agendapunt in de eerstvolgende bestuursvergadering en brengt de partijen zo spoedig mogelijk na de vergadering schriftelijk op de hoogte van de uitspraak van de tuchtcommissie inclusief de opgelegde sanctie.
  1. De uitspraak bevat tenminste:
    1. De naam en de geboortedatum van de beklaagde.
    2. Een omschrijving van de (vermeende) strafbare handeling.
    3. Een kort verslag van de hoorzitting indien deze heeft plaats gevonden, dan wel de reden(en) waarom geen hoorzitting heeft plaatsgevonden.
    4. De bewijsmiddelen die door de tuchtcommissie zijn gebruikt tot (niet) bewezenverklaring van de (vermeende) strafbare handeling.
    5. De opgelegde sanctie, en ingeval de sanctie voorwaardelijk wordt opgelegd de duur van de proeftijd en de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden. Wanneer de tuchtcommissie van oordeel is dat de in de melding bedoelde (vermeende) strafbare handeling niet is begaan, spreekt het bestuur de beklaagde vrij.
    6. De datum van de uitspraak.
  1. De tenuitvoerlegging van een door het bestuur opgelegde sanctie vangt aan op de datum waarop deze een uitspraak doet, tenzij in de uitspraak anders is bepaald.
  1. De uitspraak zal niet openbaar worden gemaakt tenzij een gerechtvaardigd belang, zoals bepaald in artikel 5 van het privacy reglement, ten grondslag ligt aan de noodzaak tot het openbaar maken van de uitspraak.

Artikel_12._Beroep

  1. Tegen het besluit van het bestuur tot opzegging van of ontzetting uit het lid­maatschap kan de beklaagde binnen één maand na de ontvangst van de mededeling daar­van beroep aanteke­nen bij de algemene ledenvergadering, zoals bepaald in artikel 8 lid 4 van de statuten.
  1. Tegen alle overige besluiten van het bestuur ten aanzien van het opleggen van sancties, zoals bepaald in artikel 10 lid 2 onder a t/m g van dit reglement, kan binnen de vereniging op geen enkele wijze beroep worden aangetekend.

Artikel_13._Uitsluiting aansprakelijkheid

Het bestuur en de leden van de tuchtcommissie zijn niet aansprakelijk voor schade, van welke aard dan ook, die voor partijen of derden uit een uitspraak voortvloeien.


Artikel_14._Slotbepaling

In gevallen, waarin het tuchtreglement niet voorziet, beslist het bestuur en legt daar­over verantwoording af aan de algemene ledenvergadering.

Aldus vastgesteld en goedgekeurd door de algemene ledenvergadering, gehouden op 26 oktober 2023 te Den Helder.